Even koffie halen, dan weer naar huis: is de werktrend ‘coffee badging’ slecht of juist niet?
Stel je voor: je loopt ’s ochtends je werk binnen, laptop onder de arm, je haalt een lekker koffietje en je maakt een babbeltje met je collega’s. Je woont een paar vergaderingen bij. Daarna is het met piepende banden naar huis om je werk daar af te maken.
Dit fenomeen, ook wel coffee badging genoemd, wordt steeds normaler. Volgens onderzoek van OwlLabs doet bijna de helft van de werknemers dit. Maar is coffee badging nou echt een probleem? Of hebben werknemers gewoon een slimme workaround gevonden?
Wat is coffee badging nou eigenlijk?
Coffee badging betekent dat je wel naar kantoor komt, maar niet van plan bent om daar je volledige werkdag door te brengen. Je laat je gezicht zien, haalt een koffietje, praat met wat collega’s en schuift aan bij de verplichte vergadering. Daarna pak je je spullen en werk je de rest van de dag lekker vanuit het comfort van je eigen huis.
Het lijkt daarmee een beetje op quiet quitting. Het grote verschil? Bij coffee badging draait het vooral om waar je werkt en hoelang je daar fysiek aanwezig bent. En precies daar wordt het interessant, want als je jouw werk gewoon goed doet, waarom zou het dan zo belangrijk zijn dat je daarvoor de hele dag op kantoor zit?
Waarom doen mensen dit?
Daar kunnen verschillende redenen voor zijn. Voor sommige mensen is een kantoor simpelweg niet de meest productieve plek om te werken. Een drukke open kantoorruimte kan bijvoorbeeld veel lawaai opleveren, terwijl er thuis juist meer rust en concentratie is.
Ook reistijd kan een rol spelen. Wie iedere dag lang onderweg is met de auto of het ov, kan het fijn vinden om alleen naar kantoor te komen voor momenten waarop fysieke aanwezigheid daadwerkelijk nodig is. Even bijpraten met collega’s, samen vergaderen of die ene afspraak die nu eenmaal face-to-face moet: prima. Maar daarna weer naar huis.
En misschien is er ook gewoon iets veranderd in wat werknemers van hun werkdag verwachten. Als je voor een groot deel van je werkzaamheden prima vanuit huis kunt werken, kan een verplichte volledige kantoordag voelen als aanwezigheid om de aanwezigheid.
Is dit daadwerkelijk zo’n probleem?
Veel bedrijven vragen werknemers om terug te gaan naar de traditionele werktijden, volgens onderzoek van OwlLabs, maar daar zit precies het probleem.
Stel: twee werknemers leveren exact hetzelfde werk. De een zit vijf dagen op kantoor, de ander komt alleen langs in de ochtend voor wat vergaderingen, spreekt wat collega’s en werkt de rest van de dag thuis. Beiden halen alle deadlines, zijn bereikbaar wanneer dat nodig is en leveren kwalitatief goed werk. Waarom is de eerste werknemer dan automatisch de betere werknemer?
Dit is misschien wel wat coffee badging zo interessant maakt. Want als aanwezigheid geen invloed heeft op iemands werkkwaliteit, productiviteit of samenwerking, wat zegt dat dan over de aanwezigheidsplicht op kantoor? Misschien zouden bedrijven daarom minder moeten kijken naar waar iemand zijn laptop openklapt en meer naar wat iemand daadwerkelijk voor elkaar krijgt.
Misschien ben je geen slechte werknemer, maar gewoon slim
Coffee badging klinkt op het eerste gezicht als iemand die de regels een beetje probeert te omzeilen. En eerlijk: dat zal soms ook wel gebeuren. Maar het kan óók iets anders laten zien, namelijk dat werknemers prima in staat zijn om te kunnen bepalen waar zij het beste werken.
Zolang je doet wat er van je verwacht wordt, is dit helemaal geen teken van een slechte werknemer.
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.nsmbl.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2026%2F08%2Ffoto-voor-colofon.jpeg)