De Hokjesvrouw: de horecaman

Love & Life

De Hokjesvrouw: de horecaman

Mensen zijn er in allerlei soorten en maten. Leuk, stom, grappig, slecht verstaanbaar, ronduit geschift. Zijn ze dan allemaal uniek? Nee hoor, ze zijn best in een hokje te proppen. Dat doet Anouk Kemper dan ook graag. Stukje orde in de dagelijkse chaos des levens, fijn. Deze week: de horecaman.

Ik zeg het maar meteen; ik ben geen horecatijger. Die keer dat ik bij een traiteur werkte, heb ik bijna mijn baas geruïneerd. Zo heb ik het ooit klaargespeeld om de avond met 600 euro kasverschil te eindigen.
“Anouk, hoe dan?!” vroeg de beste eigenaar met een mengeling van afschuw en verwondering.
“Ik weet het niet”, piepte ik. Maar ergens had ik wel een idee. Ik had de maaltijdsalades verkeerd aangeslagen. Mensen betaalden niet 12,50 maar 1,25. Tijdens het afrekenen dacht ik nog: hmm, wat weinig, maar verder was ik te gestrest om erbij stil te staan. (Er stonden nog meer hongerige klanten in de winkel en er zat nog van alles in de oven én ik moest de afwas nog bijwerken in de spoelkeuken! Stress!!!)

Voor horecapersoneel heb ik dan ook veel respect. Het feit dat ze onthouden wat ik heb besteld, dat ze óók onthouden wat de rest van het terras heeft besteld en dat ze vervolgens weten hoeveel ze moeten teruggeven als ik mijn rekening van 13,70 met een briefje van twintig betaal. En dat ze niet verblikken of verblozen als een groot gezelschap alles apart wil afrekenen. Serieus, respect.

Maar er is een type dat het bloed onder mijn nagels vandaan haalt: de horecaman. Je kent hem vast. De horecaman gaat ontzettend lekker. Vindt hijzelf. Hij is ‘lekker joviaal’ en praat in verkleinwoordjes. (“Nog twee merlootjes voor jullie, dames?” Ja man, heerlijk, die merlootjes.)
Als hij je bestelling opneemt hurkt hij naast je tafel. Lekker communiceren op ooghoogte met de mensen. (Lieve horecamensen: kap hiermee. Je werkt niet op een kinderdagverblijf.)

Hij paradeert over het terras alsof hij al het meubilair eigenhandig uit marmer heeft gebeiteld. Hij praat met een autoritaire toon tegen zijn collega’s.
“Sander, kun jij dit tafeltje even afnemen? Super chill, thanks.” 
En je ziet Sander denken: Jezus lul, je bent niet eens de shiftmanager, doe het zelf.

Onlangs zaten een vriendin en ik in de avondzon op een bomvol terras. De horecaman kwam wijdbeens op ons aflopen. Borst fier vooruit. Hij was krap 23 jaar.
“Dag meiden, zitten jullie lekker te genieten van het zonnetje?”
Alsof we zandtaartjes in de zandbak zaten te maken. Zonder onze ergernis te tonen bestelden we twee witbier.
“Citroentje doen? Is lekker erbij.”
Alsof het een geniaal concept was waar wij nog nooit van hadden gehoord.
“Nee hoor, dankjewel.”
En daar ging-ie, op naar de bar. King of the terrace.

“Echt zo’n horecaman”, verzuchtte de vriendin, zelf nota bene een horecatype pur sang. “Zal je zien dat hij de bestelling ook nog opfokt, met deze drukte.”
Eerlijk: onze getergdheid kwam waarschijnlijk voort uit twee dingen: 1) op een joviale popiejopie manier worden aangesproken door iemand van 23, 2) zelf niet meer 23 zijn.

Binnen no time stond onze bestelling op tafel, zonder citroentje. Daar hadden we dan wel weer respect voor.

Voor NSMBL schreef Anouk Kemper (30) eerder de wekelijkse column ‘Trends voor Dummies’. Als freelance redacteur werkt ze ook voor Het Parool, LINDA. en Radio 1. Volg haar via Instagram, of bezoek haar slecht onderhouden website.