Zita Vervoort
Zita Vervoort Love & Life 25 dec 2019

Dit zijn wat ons betreft de meest gore woorden van de Nederlandse taal

Soms hoor je iemand een woord gebruiken dat je het liefst zo snel mogelijk weer uit je geheugen wist. Niet per se omdat het woord een nare betekenis heeft, maar gewoon omdat het ronduit goor klinkt. Lees en huiver: dit is onze lijst met de meest gore woorden van de Nederlandse taal.

Vieze woorden

Met vieze woorden bedoelen we niet woorden van dingen die op zich vies zijn, zoals poep of kots. De fase waarin we deze woorden super spannend vonden hebben we allemaal (als het goed is) ver achter ons gelaten. Het gaat nu over woorden die gewoon vies klinken en je liever niet wilt horen. Welke dat zijn? Dat lees je hieronder. Hou een teiltje bij de hand.

Vlezig

vle·zig (bijvoeglijk naamwoord) – Dik; mollig

In principe is er natuurlijk niks mis met dit begrip, het is gewoon een ander woord voor dik. Maar laten we het dan ook gewoon lekker bij dik of mollig houden. Waarom zou iemand er vrijwillig voor kiezen om het woord vlezig te gebruiken?

Korst(je)

korst (de; v(m); meervoud: korsten) – Harde droge oppervlakte van iets dat week is

Die beschrijving alleen al… Een korst op zich is al ranzig en dan komt er ook nog zo’n uitleg bij. Eigenlijk elk begrip met ‘korst’ erin, zoals aardkorst. Beetje te veel van het goede, vind je niet?

Vlek

vlek (de; v(m); meervoud: vlekken) – plek die anders gekleurd is dan de omgeving

Als je die beschrijving ziet is er op zich niks mis mee, toch? Totdat je het woord hoort wat erbij komt: vlek. Dan klinkt het meteen alsof iemand een hele lading drap over iets heen heeft gemorst, waardoor er nu een enorme vlek zit.

Aankoeken

aan·koe·ken (koekte aan, is aangekoekt) – Met vuil, aanslag bedekt worden

Als iemand eten staat te maken en vervolgens vertelt dat het een beetje is ‘aangekoekt’ ben je vrij snel je eetlust verloren. Het is natuurlijk handiger als je je vaat gelijk opruimt, zodat het hele ‘aankoek’-proces niet plaatsvindt. Zo vermijd je ook meteen dit ranzige begrip.

Schurft

schurft (de; v(m) – Besmettelijke huidziekte

Schurft wordt ook gebruikt als scheldwoord. Zo kun je bijvoorbeeld ‘een schurfthekel aan iemand hebben’. In die context is het woord eigenlijk wel op zijn plaats, je laat iemand namelijk precies weten hoe je over hem denkt. Maar denk vooral niet aan de huidziekte schurft, want dan heb je een teiltje nodig.

Pulken

pul·ken (pulkte, heeft gepulkt) – Peuteren; met de vinger of een puntig voorwerp ergens iets uit halen

Soms hoor je ouders tegen hun kind zeggen: ‘Zit niet zo in je neus te pulken.’ waarna er een enorme sliert snot uit diezelfde neus verschijnt. Alleen dat woord (en de nasleep ervan) zou al een reden zijn om geen kinderen te nemen.

Klont

klont (de; m en v; meervoud: klonten) – brok van een bep. stof, m.n. een aan elkaar klevende massa

Een klont is eigenlijk nooit goed. Ooit wel eens een slok melk gehad die flink over datum is? Dan weet je ook dat klonten niet fijn zijn. Enige keer wanneer we dit woord mogen gebruiken, is bij ‘suikerklontje’. Verder niet.

Kluiven

klui·ven (kloof, heeft gekloven) – Vlees bij kleine beetjes met de tanden van een bot afbijten

Door dit woord is het eten van spareribs nooit meer hetzelfde. Niet alleen bij spareribs, ook bij kippenkluifjes of maïs is het woord kluiven gewoon not done. 

Zompig

zom·pig, som·pig (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord) – Drassig, moerassig

Zompig. Een zompige cake, een zompig doekje, een zompig stuk brood. Als iets zompig is, is de kans groot dat er iets niet helemaal goed is gegaan. En de kans dat je dit nu wil opeten is al helemaal verdwenen.

Vel(letje)

vel (het; o; meervoud: vellen; verkleinwoord: velletje) – Huid van een menselijk of dierlijk lichaam; Omhulsel van worst

We hebben het allemaal, vel. En het is zo’n normaal woord, maar het klinkt zo ongelooflijk vies. En van vooral als verkleinwoord: ‘velletje’. Bah. Daarbij hoeven andere mensen niet altijd te weten dat jij een ‘velletje’ hebt, dus laat deze info maar lekker voor je.

Vleespet

vlees·pet (de; v(m); meervoud: vleespetten) – Kaal hoofd

Omdat ik wat ouder word, begint mijn vleespet steeds zichtbaarder te worden.” Hoe ranzig kan je het woord ‘kaal’ laten klinken? Als je kaal begint te worden, zeg dat dan in plaats van dit woord te gebruiken. Alvast bedankt.

Pluk(je)

pluk (de; m; meervoud: plukken) – handvol; toef, bosje

Een plukje haar. Vooral als verkleinwoord is het woord ‘pluk’ niet om aan te horen. Het doet denken aan het plukje haar dat je tante op haar kin heeft zitten.

Wondvocht

wond·vocht (het; o) – Vocht dat zich bij ontstekingen afscheidt

Als je visite hebt en je wilt dat die zo snel mogelijk vertrekken, probeer deze dan eens: ‘Ja ik heb dus een wond en daar komt allemaal wondvocht uit.’ Moet jij eens kijken hoe snel iedereen weg is; zo heb jij weer tijd over voor Netflix.

Moederkoek

moe·der·koek (de; m; meervoud: moederkoeken) – Placenta

De geboorte van een kind is natuurlijk iets prachtigs. Maar zo’n woord als moederkoek kan het dan toch wel aardig verpesten. En wist je dat sommige mensen de moederkoek zelfs opeten? Fijne gedachte hè?

Lees ook: Dit effect heeft veelvuldig social media gebruik op je gezondheid

Foutje gezien? Mail ons. We zijn je dankbaar.

Reageer op artikel:
Dit zijn wat ons betreft de meest gore woorden van de Nederlandse taal
Sluiten