Renée
Renée Love & Life 3 feb 2016

NSMBL City Guide: culinaire tips & must-do’s voor een weekendje Parijs

Na een continental ontbijtje in de trein en aankomst in het gloednieuwe Hôtel Paris Bastille Boutet – een in december 2015 geopende vijf-sterren topper van MGallery – was het direct tijd voor een uitgebreide lunch in het vrijwel overal prachtige Tweede Arrondissement van Parijs.

Restaurant Bachaumont
Dit restaurant is een snel populair geworden plek voor lunches, borrels en diners en bevindt zich in het gelijknamige Hotel Bachaumont, aan Rue Bachaumont 18. Best handige gegevens na een wijnbarretje teveel. Het straatje alleen al is de moeite waard om doorheen te struinen, maar mocht je toevallig honger hebben dan kunnen we het restaurant ook zeer zeker aanbevelen. Ook deze locatie is nog vrij nieuw; het hotel en restaurant openden de deuren in 2015 en dat valt zeker aan de tegelijkertijd luxe en hippe uitstraling af te lezen. Er is veelal gewerkt met zachte pastelkleuren, marmer, gouden en koperen details en eclectische prints voor een levendige afwisseling.

De kaart is vrij klassiek Frans met enkele creatieve uitspattingen en dat is natuurlijk de ideale start voor een paar mooie dagen Parijs. Denk aan gevulde eieren of foie gras als voorgerecht, een mooie steak tartare of gepocheerde vis als hoofd en een klassieke mille feuille of crème brûlée na. Vooral die laatste twee bevielen ons erg goed. Op dit moment waren we ons overigens ook nog niet bewust van hoeveel gebakjes en desserts ons nog te wachten stonden in de hiernavolgende dagen.

Een unieke tour met een klassieke 2CV
Terwijl we vanuit de ramen van Bachaumant naar buiten staarden, merkten we al snel een bijzondere groep Deux Chevaux op, ook wel bekend als ‘Eendjes’. Er stond een tour met Paris Authentic op de planning waarvoor onze volgevreten buikjes gelukkig nog weinig moeite voor hoefden te doen en we werden gevraagd simpelweg alleen even te verplaatsen van restaurantstoel naar de krakkemikkige maar zeer charmante achterbank van een Citroën 2CV.

Onze gids paste zo perfect in het interieur van de auto dat we ons makkelijk enkele decennia terug verplaatsten, terwijl we – incluis Franse rijstijl – door het centrum crossten. Op ons verzoek alsjeblieft wel Place Charles de Gaulle, de rotonde om de Arc De Triomphe, mee te nemen werd willig ingegaan en de hele tour voelde dan ook als een rollercoaster ride. De perfecte manier om wakker te worden van je after lunch dip.

Koken met culinaire meesters bij Le Cordon Bleu
Via de Seine en Eiffeltoren raceten we verder naar the one and only Le Cordon Bleu. Hoewel de gerenommeerde kookschool inmiddels al weer zo’n 17 vestigingen wereldwijd heeft, begon het verhaal ruim 120 jaar geleden in Parijs. Voor menig foodie zal deze naam zeker als een droombestemming klinken en gelukkig hoef je hier niet direct een jaar te studeren om toch wat kneepjes van het vak mee te krijgen. Tijdens een demonstration course leerden we hoe je een coquille perfect sappig krijgt, een lamsrack zo mooi roze als mogelijk en uiteraard ook welke bijgerechten en wijnen hier ideaal bij passen.

Onder de leraren van de kookschool zitten ook diverse Michelin-chefs, die na decennia in de restaurant business besloten een carrière switch te begaan, om jonge chefs de ultieme kickstart te geven. Erg inspirerend allemaal! Grote kans dat je hier, met of zonder culinaire ervaring, direct een jaar wilt gaan studeren. Cursussen beginnen bij 2-uur durende food & wine pairings voor €69 en bijvoorbeeld een patisserie en cakejes workshop van 6 uur voor €185, tot modules van meerdere dagen en opleidingen van een jaar. En uiteraard heb je na je workshop ook een mooie maaltijd voor je neus staan, die je zojuist zelf hebt bereid.

Altijd comforting: pot-au-feu
Na een pitstop en outfit change in Hôtel Boutet was het weer tijd om door te gaan naar Bistro Urbain in de up-and-coming wijk Faubourg Saint-Denis, voor een klassiek Frans diner inclusief pot-au-feu; een typisch Franse stoof met bief en groenten, op smaak gebracht met verse kruiden en wijn. In Parijs zijn er maar liefst vijf- tot zesduizend klassiek Franse (café-)restaurants te vinden, dus een dergelijk dinertje mag uiteraard niet ontbreken in je trip.

Dag 2: Michelin, marmer en macarons

De ochtend begon met een korte tour door het hotel; omdat dit gloednieuw is, was het natuurlijk wel erg leuk de bijzondere designaspecten te bekijken. Het hotel is over het algemeen zeer modern, maar dan wel met gebruik van veel natuurlijke materialen als hout en marmer, in combinatie met fijne tapijten, gigantische bedden en lange, rustgevende gordijnen. Al met al geeft dit een tegelijkertijd luxe, modern en klassiek resultaat.

Bovenin het 80-kamers tellende gebouw – dat overigens ooit een chocoladefabriek was – vind je een paar eigenzinnige suites. Eén hiervan is opgedeeld in doosjes, voor de avontuurlijke reiziger die snel verveeld is, en de andere suite staat geheel in het teken van marmer (je raadt het al: onze favoriet). Van een marmerpatroon in het tapijt tot een volledig marmeren badkamer en een zwart marmeren salontafeltje: ons idee van de hemel komt hier wel vrij goed in de buurt. Zeker in combinatie met poederroze design stoelen… Aan details is absoluut gedacht, maar dan absoluut niet in de vorm van onnodige (typisch Parijse) tierelantijntjes, maar simpelweg mooie afwerkingen.

Hôtel de Ville: net als Versailles, maar dan in hartje Parijs
Na de tour gingen we door naar een uiterst bijzondere ceremonie in Hôtel de Ville, het stadhuis van Parijs. Hier werden de 84 Michelin chefs van Parijs (ja, dat zijn er nogal wat) geëerd door de burgemeester Anne Hidalgo, vanwege hun culinaire bijdrage aan de stad. De échte ster van de middag? Dat was toch wel Alain Ducasse, de eerste chef-kok die in 3 verschillende steden restaurants met 3 Michelin-sterren heeft weten te bemachtigen, onder andere in hotel Plaza Athénée in Parijs. Zijn totaal aan sterren staat maar liefst op 21.

Net zo mooi als het zien spreken van Ducasse (of misschien wel mooier, sorry!), waren toch wel de receptieruimtes van het stadhuis. Hoewel we altijd al een tripje Versailles op onze bucket list hebben gehad staan, heeft dit inmiddels een stukken minder hoge prioriteit gekregen. We raakten niet uitgekeken en bezeerden bijna onze nek vanwege al het gestaar naar de beschilderde plafonds en gouden ornamenten.

Verder was de ruimte gevuld met de meest prachtige live buffetten van diverse hoogstaande Michelin-restaurants, ontelbaar veel flessen champagne en zo ongeveer heel belangrijk en culinair Parijs. Wat een ervaring. Ook geen zin om 2 uur in de rij te staan bij Versailles? Je kunt Hôtel de Ville ook gewoon via een tour bezichtigen.

Macarontje nooit genoeg
Na compleet volgevreten te zijn – wanneer dergelijke chefs voor je koken mag je natuurlijk níets laten staan – verzamelden we bij La Madeleine: een bouwwerk dat oorspronkelijk een kerk had moeten worden, vervolgens door Napoleon in een tempel werd getransformeerd en hierna toch weer een kerk werd, wat een bijzonder resultaat opleverde. Na een flinke hagelbui, bijzonder genoeg in de felle zon, startten we met een pastry tour door het negende arrondissement van Parijs, geleid door Mon Beau Paris.

We brachten onder andere een bezoekje aan de allereerste vestiging van Ladurée op Rue Royale 16 (véél toegankelijker dan die op de Champs) en Pierre Hermé op Rue Cambon 4, via Place de la Concorde en Jardin des Tuileries, om vervolgens de twee macarons te vergelijken en een favoriet te kiezen. Onze keuze viel overduidelijk op Hermé, die net wat krachtigere smaken en een stevigere bite in de macarons verwerkt. Ladurée is daarentegen de meest klassieke van de twee. Na een chocolaatje bij Jean Paul Hévin liepen we door naar de patisserie en Salon de Thé van Sébastien Gaudard voor een proeverij van één van zijn meest klassieke taarten, de galette traditionnelle. Dit is een perfect zachte en boterige combinatie van appel en bladerdeeg, zonder dat de smaak te zoet of te vet wordt. Mooi kopje thee erbij en genieten maar.

Nu is het helaas wel zo dat aan een dergelijke tour een prijskaartje hangt van zo’n €400 voor 2 personen, dus of we het echt kunnen aanraden, dat mag je zelf invullen. (Hint: haal zelf de macarons bij beide zaken, ga op een bankje in de zon zitten en doe een mini tasting, en sluit je sugar rush af met een flinke pot thee en gebak bij Sébastien Gaudard. De pastries zijn de prijs in ieder geval wél zeker waard.)

Visjes kijken bij Les Fables de la Fontaine
Na kortstondig te hebben uitgebuikt op ons hotelbed, werden we in een mooi jurkje verwacht in Michelin-restaurant Les Fables de la Fontaine, dat zich focust op vis en schaaldieren. Het restaurant heeft 1 ster en is in tegenstelling tot veel andere Michelin hotspots alles behalve stijfjes. De belichting is charmant, de service vriendelijk en het eten zonder fratsen. (Bonus: een heel prettig naar te kijken ober.) Het restaurant is in december 2015 overgenomen door de 21-jarige (vrouwelijke!) chef Julia Sedefdjian, die zich reeds tegenover de Michelin-mannetjes heeft weten te bewijzen en de ster behoudt. Hiermee is ze de jongste Michelin-chef van Frankrijk! Gezien de sfeer en prima betaalbaarheid kunnen we het zeker aanraden, vooral voor visliefhebbers uiteraard. Tip: ga voor het 6-gangen menu van de chef, momenteel geprijsd op €70.

Dag 3: Rungis, de grootste voedselmarkt ter wereld

In een fancy restaurant vertrek je natuurlijk niet na twee uurtjes, dus in combinatie met een wake up call om 04:00 kun je waarschijnlijk al raden dat we vrij weinig geslapen hebben. Toch was het tijd voor kippenlevers, varkenspoten en koeienhoofden, want er stond een tripje Rungis op de planning.

Een korte introductie: Marché International de Rungis is niet alleen de handelsmarkt van Parijs, maar eigenlijk voor heel Europa. Het is de grootste wholesale food market ter wereld, met een oppervlak van 32,38 km² en 13.000 werkenden en 26.000 auto’s en trucks per dag. Van fruit en bloemen tot kaas en vlees: een enorm groot deel van de etenswaren in Europa komt hier binnen en wordt tussen 01:00 en 11:00 verkocht aan iedereen van marktkooplui tot restauranteigenaren. Sinds kort worden er ook tours gegeven aan groepen en we hadden dus het geluk een kijkje te nemen zonder inkoper te zijn.

Na drie uurtjes slaap leek het een nogal heftige beslissing om maar direct de vleeshal in te duiken, maar gelukkig ging dit zonder al te veel problemen. Met een wit jasje aan en een speciaal petje op liepen we rond in de eerste hal waarin al het vlees netjes verpakt in doosjes klaar lag, om zo mee te nemen. Een halve kilo kip kopen is hier natuurlijk geen optie, maar met gemiddeld zo’n 3 tot 5 kilo per doos zag het er allemaal vrij prima uit.

Toch was het al snel tijd om een stapje verder te gaan: het slachthuis. Wie al een beetje misselijk wordt van de etalage van een Spaanse traiteur, kan waarschijnlijk beter niet binnenstappen in een van de grootste slachthuizen op aarde, maar voor wie niet al te veel problemen heeft met zwembaden vol levers en doormidden gesneden koeienhoofden, is het zeker een buitengewone ervaring.

Gelukkig volgde hierna één van de exotische fruit- en groentehallen, van welke we de geur het liefste in een parfum zouden terug zien. Wat een waanzinnig verse en aromatische geur! Het mooie aan Rungis is dat alles van hoge óf extra hoge kwaliteit is, en dat je er dus geen smakeloze groente en fruit terug zult zien. Moeilijk om vanaf te blijven, maar dat was helaas toch een vereiste.

Zelfs de enorme kaashal had een prettige geur, en dan te bedenken dat de kazen hier metershoog opgestapeld stonden. Van kleine geitenkaasjes tot camemberts met een diameter van 40cm: een droom voor de fervent kaasplankjesmaker. Na een kijkje in een biologische hal eindigde de tour met een ontbijtje rond zonsopkomst in een van de restaurants op het terrein. Met wijn, want Frankrijk.

Inpakken én nog een food tour, met Le Vrai Paris
Na reeds 6 uur wakker te zijn is het vrij bizar terug in je hotel te komen en het ontbijtbuffet klaar te zien staan, maar dit vroege opstaan was het zeker waard. Na onze kleding terug in het koffer te hebben gepleurd volgde er een laatste tour, door de super zonnige straten rondom metrohalte Barbès-Rochechouart. Om maar direct to the point te komen: dit is misschien niet een wijk waar je ‘s avonds laat nog graag rond wilt lopen, maar deze locatie mag je gerust enkele van je uurtjes overdag gunnen.

We spraken hier af met Guillaume, die een absolute passie voor Barbès heeft – vanzelfsprekend de belangrijkste eigenschap in een goede gids. Deze echte Parijzenaar laat je graag kennis maken met meer dan enkel de toeristische arrondissementen en zaakjes en weet je mee te nemen naar plekken die niet in de boekjes staan. Guillaume nam ons mee naar eenvoudige, exotische restaurants waaronder een Libanees en Turks zaakje, maar ook een kleine, hippe brouwerij in de buurt. Eet zeker een gebakje bij Délices d’Elksour, mocht je in de buurt zijn. Gepaard met een felle zon en een ronde buik was dit de ideale afsluiter. Op naar Gare du Nord!

Meer info nodig? Bezoek dan zeker even parisinfo.com en france.fr voor alle nieuwtjes, plus natuurlijk NS International voor alle prijzen en info omtrent het boeken van je reis!

Reageer op artikel:
NSMBL City Guide: culinaire tips & must-do’s voor een weekendje Parijs
Sluiten