Trends voor Dummies: overal haar

Ik ben een beetje bang voor mijn eigen hoofd. Niet omdat er allemaal donkere gedachten in huizen die te maken hebben met toeristen op de fiets en een stun gun. Of met neus-ademende mensen en een nekklem. Nee, ik ben bang voor mijn eigen hoofd, omdat er zoveel haar opzit.
En dat haar, lieve mensen, valt uit. De. He. Le. Tijd.

Dat is al jaren zo. Het begon in mijn puberteit. Ik waste mijn haar en er verdwenen hele plukken door het doucheputje. Totaal gestresst begon ik met het slikken van vitaminepillen die mijn haarsterkte moesten verbeteren. Er veranderde uiteraard niets. Niet alleen kreeg ik een hekel een de farmaceutische industrie, ik kreeg ook een enorme hekel aan haren wassen.

Haar wassen staat voor mij gelijk aan continu haren van jezelf verwijderen. Wat moeilijk gaat, want je krijgt ze niet van je natte lichaam geplukt en vervolgens krijg je ze niet van je vingers.
Dit gedoe gaat door zodra de douche uit is. De hele dag ben ik bezig met het verwijderen van haren. Ze zitten op mijn arm, in de elastiekjes om mijn pols, in de sluiting van mijn bh, op mijn bovenrug, in mijn sok (echt) en soms zelfs in mijn onderbroek (echt echt!!).

Drie jaar terug was ik op vakantie in Portugal. Ik liep met een groepje internationale gezelligheid over straat. Schijnbaar keek ik chagrijnig.
“Is er wat?” vroeg mijn reisgenoot, die dacht diepe en zwaarmoedige emoties in mijn blik te ontwaren.
“Ja”, zei ik. “Volgens mij zit er een haar op mijn arm, maar ik krijg hem niet te pakken.”
Daar kan ik dus echt kapot aan gaan.

Natuurlijk is er een oplossing: mijn haar afknippen óf niet zeiken.
Maar dat vind ik allebei nogal wat. Als zestienjarige heb ik mijn haar kortkortkort geknipt en dat zag er niet zo best uit. Een beetje alsof de Libellezomerweek mijn hoogtepunt van het jaar is.
En niet zeiken, tja. Dat is alsof je me vraagt drie minuten mijn adem in te houden en een deel van mijn persoonlijkheid te wissen.

Daarom hanteer ik nu een nieuwe techniek. Ik hou mijn haar vast in een staart en glij met mijn andere hand van boven naar beneden. De haren die op het punt van uitvallen staan, kan ik mooi vastgrijpen en laten meevoeren door de wind.

Is niet genoeg natuurlijk. Mijn leven vult zich met haren. In bed. Op de grond. Op mijn kleren. In mijn eten. Als tiener begreep ik nooit hoe vreemdgaande mannen werden betrapt door een gevonden haar, huilend omhoog gehouden door hun vrouw. (“Van wie is deze haar, Erik? Ik ben niet blond!”)
Ik dacht, de kans dat je zo’n vreemde haar vindt, is tamelijk nihil. Inmiddels weet ik dat het een heel slecht idee zou zijn om mij als buitenvrouw te hebben.

Mocht je ooit een lange, bruine haar vinden op een zeer ongebruikelijke plek; waarschijnlijk is ie van mij.
Sorry hè. Ik doe wat ik kan.

Mijn naam is Anouk Kemper, 29 jaar. Ik weet best veel, maar niet van mode. Als zelfs je mannelijke vrienden opmerken dat je altijd dezelfde trui draagt, dan weet je: hier gaat iets niet goed. Maar mode is gewoon moeilijk. Net als trends in het algemeen eigenlijk.

Volg Anouk ook op Snapchat (@kemperoni) en Instagram (@aanoekkemp)

Reageer op artikel:
Trends voor Dummies: overal haar
Sluiten